Heeft het getuigend gesprek met Rome nog zin?

Is de Reformatie over? Een gekke vraag misschien, zo aan de vooravond van de herdenking van 500 jaar Reformatie. Hoezo zou je iets gedenken als het over is?

Toch lijkt het er wel op, als je althans de media en veel christenen vandaag moet geloven.

Onder deze titel – Is the Reformation over?’ schreef de Amerikaanse theoloog Mark Noll jaren geleden een boek waarin hij rapporteerde dat Rome en Reformatie dichter bij elkaar staan dan ooit.

En in dagblad Trouw was begin juli te lezen: “Vijf eeuwen na het begin van de Reformatie leggen de hoofdrolspelers het geschil bij waarmee het allemaal begon. Gereformeerden en rooms-katholieken zijn het officieel eens over wat een mens nodig heeft om door God gered te worden”. Op 5 juli ondertekenden vertegenwoordigers van de RK-kerk en de Wereldwijde Gemeenschap van Gereformeerde Kerken (World Communion of Reformed Churches), in aanwezigheid van de preses en de scriba van de PKN in Wittenberg een verklaring waarmee zij aangaven dat wat hen betreft het geschil tussen Rome en Reformatie van de baan is.

De vraag die ik voor mijn bijdrage meekreeg, was: Heeft het getuigende gesprek tussen Rome en Reformatie nog zin? ‘Getuigen’ – in de bijbelse zin van het woord – is spreken over datgene wat je als onopgeefbaar verstaat in het licht van het Evangelie, wat zo kostbaar voor je is dat het desnoods meer waard is dan je leven – zo verstond althans de vroege kerk het woord getuigen, want van datzelfde woord ‘martureo’ is ook het begrip ‘martelaar’ afgeleid, mensen die hun leven gaven voor Christus en het evangelie. Als je het recente nieuws moet geloven is dat getuigende gesprek niet meer nodig – want waar je het over eens bent, waarom zou je daar van moeten getuigen?!

Het is echter de vraag of dit zo is. Dat veel mainstream protestanten deze mening toegedaan zijn, zegt natuurlijk nog niets over de juistheid ervan.

Nog maar twee weken geleden plaatste de Lutheraan prof. Markus Matthias, hoogleraar aan de PThU, kritische kanttekeningen bij de verklaring. Volgens hebben de Lutheranen die de verklaring ondertekend hebben, Luther niet begrepen. Zonder het met alles eens te zijn in zijn analyse, denk ik dat Matthias de spijker op de kop slaat als hij zegt: de echte inhoud van de christelijke godsdienst is de rechtvaardiging van de goddeloze. Door het geloof in Christus geeft God uit genade zondige mensen een nieuwe identiteit, een bestaan in Christus, los van wie je bent, los van wat je doet. Zo zegt Paulus het, zo begreep Luther het – en dat heeft Rome nooit goed begrepen. Nee, dat betekent niet dat wat je bent of wat je doet God onverschillig is – de oude angst van Rome – maar het belangrijkste is: in Christus ben ik een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden. In Christus-zijn betekent: meegenomen worden in de levensgeschiedenis van Christus: Zijn leven is mijn leven – en daarom doet de gebrokenheid, het vallen en opstaan van het leven van elke dag er niet meer toe. Zijn dood is mijn dood – en daarom heb ik het oordeel al achter de rug. Zijn opstanding is mijn opstanding en daarom heb ik hoop. Zijn verhoging is mijn verhogingen daarom ben ik – in Paulus’ woorden – al met Christus gezet in de hemel.

Het is de vrolijke ruil waar Luther zo vol van was. ‘Wie gelooft in Gods Zoon, die zal niet geoordeeld worden. Gods oordeel zal niemand ontlopen en geen werk zal voor Gods gericht bestaan. Maar wie gelooft in de Zoon van God,die is al door het oordeel heengegaan in het leven’. De poorten van het paradijs zijn al open gegaan. De rechtvaardige zal door het geloof léven. Wie dit beleeft en doorleeft, ervaart bevrijding. Al klaagt mijn geweten mij aan, al staren mijn zonden mij aan, dat is niet het laatste woord. Het laatste woord is Christus. God ziet mij niet meer aan in mezelf, maar in Hem. In Hem, de geliefde Zoon in wie de Vader al Zijn welbehagen heeft.

Dat geeft een heilige ontspannenheid. Niet hoe ik over mezelf denk, is het belangrijkste, ook niet wat anderen denken, maar wat God denkt. En dat is goed. Want Christus is goed. Dit is het mysterie van het geloof: niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij. En wat ik nu leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

En dit bewustzijn, het bewustzijn van deze onverweldigende, overstelpende, onverdiende genade van God, verandert je, vernieuwt je. Het unieke van het christelijke geloof is dat het de uitspraak voorafgaat aan de daad. Waar voor moslims en boeddhisten het erom gaat wat je doet – en op grond daarvan het oordeel – is het in christelijke geloof precies andersom: God rechtvaardigt mij, los van mijn daden. En juist die onverdiende, overweldigende genade stimuleert tot het doen van gerechtigheid en goede werken en is de beste motivatie tot heiligheid en strijd tegen de zonde. Hoe kun je God, die je zoveel liefde heeft gegeven, niet behagen?

Daden zijn dus belangrijk, maar dan altijd als antwoord op, reactie op Gods genade. De goede werken moeten er zijn, maar dragen niet bij, zijn niet constitutief voor het heil. En het is precies dat wat Rome niet helder heeft. De essentie van Paulus’ en Luthers rechtvaardigingsleer is dat je nu al, in het heden, in Christus geheel rechtvaardig bent voor God. Anders gezegd: in Christus heb je het oordeel al achter de rug. Dat is precies wat het rooms-katholicisme niet kent. Het oordeel ligt nog voor je. En dat kan ook niet anders, want dat heeft alles te maken met hoe Rome de rechtvaardiging opvat. Volgens het RK-kerk is rechtvaardiging een proces, een levenslang proces dat pas voltooid wordt in het eschaton. En in dat proces gaat het erom dat je steeds rechtvaardiger c.q. heiliger moet worden. Het gaat dus om de rechtvaardiging van de rechtvaardige die echter nooit weet of zijn rechtvaardigheid rechtvaardig genoeg is. Dat staat haaks op de rechtvaardiging van de goddeloze, die midden in de tijd, het oordeel al achter heeft en in Christus rechtvaardig voor God is en juist vanwege die bevrijdende wetenschap in staat is uit dankbaarheid goede werken te doen, niet om gered te worden, maar omdat je gered bent.

Dus is de Reformatie over? Ik denk het niet. Zolang Rome in zijn belijdend spreken geen recht doet aan het paulinische spreken over de rechtvaardiging als een werkelijkheid in de voltooid verleden tijd, zolang Rome geen recht doet aan de werkelijkheid van de toerekening van de vreemde gerechtigheid van Christus, zolang Rome geen recht doet aan het geloof alleen, blijft het geding.

En blijft dus de noodzaak van het getuigende gesprek. Dat stelt ons wel de vraag of wij dat gesprek voeren kunnen. Alleen wie de realiteit kent van zijn verlorenheid voor God, alleen wie aan het einde is gekomen van al zijn doen en laten, alleen wie beseft dat al je gerechtigheid vuilnis is, zal snakken naar de gerechtigheid van Christus. Het is die doorleving die je christen maakt – en daar hoef je weer geen protestant voor te zijn. Het was de heilige Th. van Lisieux die kort voor haar dood zei: ‘Op de avond van dit leven zal ik voor U verschijnen met ledige handen, want ik vraag U niet, Heere, mijn werken mee te tellen. Al onze gerechtigheden zijn bevlekt in Uw ogen. Ik wil me dan met Uw eigen gerechtigheid omkleden en van Uw liefde het eeuwige bezit ontvangen van Uzelf. Ik wil geen andere troon en geen andere kroon dan U, o mijn Welbeminde.”

Zij had begrepen wat menig protestant niet begrijpt… Maar wie dat begrijpt, de vrolijke ruil, U mijn zonden, ik Uw gerechtigheid, wordt getuige.

God geve dat protestanten en katholieken vanuit de beleving van dit wonder, getuige zijn van Zijn evangelie.

Dr. M. Klaassen, tijdens de presentatie van het boek ‘Van de wierook naar het Woord’ van Huib de Vries. In het boek komen twaalf voormalige rooms-katholieken aan het woord over hun weg naar het protestantisme.

Voormalig rooms-katholiek priester Ley Bodden en dr. M. Klaassen, voorzitter van IRS, krijgen het boek ‘Van de wierook naar het Woord’ overhandigd

 

“Uittreden uit de Rooms-Katholieke Kerk blijft moeilijk”

Het boek 'Van de wierook naar het Woord' van Huib de Vries, dat binnenkort verschijnt, toont de worsteling van rooms-katholieken in het opgeven van hun vertrouwde religie, maar óók de overwinning van Gods kracht in mensenlevens. Het boek bevat twaalf interviews van protestanten met een rooms-katholieke achtergrond.

Meer actualiteiten

"Ik heb Gods aanwezigheid voor het eerst ervaren"

Drie jaar geleden las de voormalige rooms-katholieke Ilona Da Costa Gomez voor het eerst in haar leven de Bijbel. Ze kwam tot bekering. “Van huis uit kreeg ik min of meer mee dat er in de Bijbel verboden dingen staan.”

“Nu kon ik Gods Woord onbevooroordeeld ter hand nemen”

Ds. Toon Vanhuysse was zeven jaar priesterstudent en tien jaar priester in de Rooms-Katholieke Kerk. In die tijd miste hij “de zin van Christus”. Maar op een dag sprak de Heere tot hem door middel van Jesaja 53.

Meer getuigenissen