Beelden vereren of aanbidden?

Het volgende is een steeds weer terugkerende vraag die in de loop der jaren steeds weer werd gesteld aan de redactie van het Spaanstalige tijdschrift En la Calle Recta (ECR), dat door IRS wordt uitgegeven. Dit keer is het Joaquin die ons de volgende punten voorlegt:

Ik zou u graag wat willen vragen over de beelden die katholieken hebben, die zij vereren en eerbiedigen maar volgens hen niet aanbidden als ik met sommigen spreek en volgens hen wordt dat niet verboden in de Bijbel. Ze zeggen dat ze de heiligen (mannen en vrouwen) die een voorbeeld hebben gegeven door hun geloofshouding, niet aanbidden, maar respecteren en bewonderen doordat ze goede werken gedaan hebben en geloof hebben getoond. Ze zeggen tegen mij dat er in het tweede gebod verwezen wordt naar afgoden, die aanbeden kunnen worden en waarvoor gebogen kan worden, zowel die boven in de hemel zijn (vogels, de maan, sterren en andere) als die op de aarde (mensen, dieren, voorwerpen, etc) zijn, als die in de wateren zijn, als die onder de aarde (vissen of enig schepsel dat in de zee leeft of enig voorwerp of iets onder de aarde) zijn. Hoe ziet u dat? Hebben de katholieken het mis of heeft hun argument enigszins of alleszins gelijk en heeft het betekenis?

Antwoord van de redactie van ECR

Beste Joaquin,
In de eerste plaats wil ik je danken dat je ons geschreven hebt.
Alvorens te antwoorden op je vraag, verzoek ik je dringend de relatie die je onderhoudt met je rooms-katholieke vrienden als een gunstige gelegenheid te beschouwen om hen het Evangelie te verkondigen, dat hun zielen kan redden, alvorens leerstellige discussies aan te gaan. Doorgaans zijn rooms-katholieken goede mensen die denken dat ze naar de hemel zullen gaan omdat ze niemand kwaad gedaan hebben en omdat ze proberen zich te houden aan de geboden van God en de heilige Maria moeder van de kerk. Deze gedachte is een grote vergissing en in tegenspraak met het onderwijs van Gods Woord. Het maakt dat mensen hun vertrouwen stellen op een valse redding. Als de mensen om die redenen zalig zouden kunnen worden, dan zou het niet meer nodig zijn dat Christus naar de wereld was gekomen. Ook zouden we dan niet de opdracht hebben om het Evangelie te prediken aan alle volkeren. Dan zouden we simpelweg gered kunnen worden door goede mensen te zijn en naar de kerk te gaan.
Maar wat gaan we doen? Je vraag is heel interessant en waarschijnlijk gaan we in de nabije toekomst opnieuw een artikel opstellen in het tijdschrift waarin we uiteenzetten wat de Bijbel in dit opzicht zegt. Voor nu het volgende commentaar:
Het is verwerpelijk als iemand op zijn eigen manier God dient buiten datgene dat in Zijn Woord bepaald is. ‘Hij wil aanbeden worden in Geest en waarheid’ (en dus niet in stoffelijke beelden of valse leerstellingen). Zo leert Jezus ons als hij spreekt met de Samaritaanse vrouw in Johannes 4.

Nergens in de hele Bijbel is voorgesteld dat we God kunnen dienen door middel van beelden, laat staan eer bewijzen aan beelden, dat wil zeggen, zich voor hen buigen of meedragen in een processie. Dat is walgelijk en afgoderij.
Hoezeer je ook een verschil in woorden zou willen bedenken tussen aanbidding en verering, feit is dat we hen dienen, neerknielen en tot hen smeken. Men loopt kilometers om bij het beeld van de maagd in Lourdes te komen, bijvoorbeeld, om een gunst aann haar te vragen. (Men kan het niet dichterbij zoeken, omdat een ander beeld niet zo wonderbaarlijk is). Dit alles is niets meer dan de mensen tot angstaanjagende afgoderij te brengen.
Met recht zegt de apostel Paulus in zijn Brief aan de Romeinen: ‘als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid. Amen.’ (Romeinen 1:25)
De rooms-katholiek die eer bewijst aan de beelden, bewijst eer aan de demonen, omdat achter ieder afgod een demon is. Opnieuw zegt de apostel Paulus: 1 Korinthe 10:19-20: ‘Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is? Ja, ik zeg dat hetgeen de heidenen offeren, zij de duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.’
Hoezeer je ook een verschil wilt bedenken tussen de woorden aanbidding en verering, feit is dat men hen dient, voor hen knielt en tot hen smeekt.
Het is opnieuw afschrikwekkend wat de Kathechismus van de Katholieke Kerk leert in punt 2683: ‘Wat betreft de heiligen in de hemel:Hun bemiddeling is de hoogste dienst aan het plan van God. We kunnen en moeten hen om bemiddeling smeken voor ons en voor de hele wereld.’

Dit onderwijs is in regelrechte tegenspraak met het Woord van God dat in 1 Timotheüs 2:5 leert: ‘Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.’ (Niet een Jezus Christus van hout)
Bovendien, het al of niet aanbidden van de gewijde hosti die ze wijden tijdens een processie? Is het aanbidding of vereren? Volgens het onderwijs van Rome is het aanbidding! Laat je niet bedriegen!
Zoals ik in het begin al zei, het is nodig om aan de rooms-katholieken het Evangelie te prediken omdat het de kracht van God tot zaligheid is en hen dan te leren en te onderwijzen in het Woord van God.

Dit artikel werd gepubliceerd in ECR 271

 

Van “doe-geloof” naar “honderd procent Jezus”

Het geloof moet je vooral dóen. Dat kreeg Anita van der Maas mee als kind. Toen ze een persoonlijke bekering doormaakte, veranderde dat radicaal. Ze zegt hierover: “Er gebeurde toen van alles: heel veel verzet, ongeloof, honderdduizend vragen, verdriet, verwondering …”

“Nu kon ik Gods Woord onbevooroordeeld ter hand nemen”

Ds. Toon Vanhuysse was zeven jaar priesterstudent en tien jaar priester in de Rooms-Katholieke Kerk. In die tijd miste hij “de zin van Christus”. Maar op een dag sprak de Heere tot hem door middel van Jesaja 53.

Meer getuigenissen