Ds. Klaas Rozema: “Gebed is het belangrijkste in mijn werk”

OOSTENRIJK – Begin dit jaar verhuisde ds. Klaas Rozema naar het Oostenrijkse Innsbruck, waar hij namens de Evangelisch Reformierte Kirche Westminster Bekenntnisses is aangesteld als gemeentestichter. Op dit moment is hij veel bezig met praktische zaken, het aangaan van nieuwe contacten en het verkennen van de omgeving.

Het aantal bijbelgetrouwe christenen is in Oostenrijk maar heel klein. In dit land voelt ds. Rozema zich geroepen om het Evangelie te verkondigen. Het project in Innsbruck staat nog maar aan het begin.
Ds. Rozema: “Het is mijn verlangen om vrucht te mogen dragen voor God in Innsbruck en ik ben biddend op zoek naar waar God mij heen wil leiden en op welke wijze Hij mij hier aan het werk wil zetten.”

Steun
IRS kwam via de Nederlandse Stichting Steun Reformatie Oostenrijk (SSRO) in contact met de Evangelisch Reformierte Kirche Westminster Bekenntnisses (ERKWB), het kerkgenootschap waarvoor Rozema nu werkt. De ERKWB heeft gemeenten in zowel Oostenrijk als Zwitserland. Het kerkgenootschap is bijbelgetrouw en baseert zich op de Westminster Confessie. Nadat er vanuit de ERKWB een vraag kwam om (financiële) hulp, heeft IRS dit toegezegd. Waar nodig ondersteunt IRS het kerkplantingsproject in Innsbruck. Zo heeft IRS inmiddels Bijbels en liedbundels voor het project bekostigd.

Contacten
Ondertussen houdt IRS contact met ds. Rozema. Begin januari liet ds. Rozema weten dat hij een dienst had bezocht van de baptistengemeente in Innsbruck en dat hij ook daar waardevolle contacten had opgedaan.
“Sommigen daarvan heb ik in de loop van deze week weer getroffen en ene Michael, een bevlogen broer, heeft mij uitgenodigd om vandaag mee te gaan evangeliseren in Innsbruck”, schreef ds. Rozema op 11 januari. “Ik was daar zeer dankbaar voor, ben daarop ingegaan en moet ook zeggen dat ik het wel wat spannend vond.”
Hij schreef dat God hem echter de vrijmoedigheid heeft gegeven om te evangeliseren en dat hij terugkeek op een mooi en leerzaam uur. Hij verwachtte de komende tijd vaker de straat op te gaan.

Zaalhuur
Ds. Rozema gaf verder aan dat hij in de tijd erna graag zoveel mogelijk kerken in Innsbruck wilde bezoeken en wilde kijken hoeveel interesse er is in gereformeerde kerkdiensten. “Ik vermoed dat het nog wel eventjes duurt voordat ik diensten ga organiseren”, liet hij daarop volgen.
“Misschien wel leuk om te weten overigens: de verhuurder van mijn woning heeft onder mijn woning zijn zaak (Les Sports. Ik woon op de 1e etage). Hij heeft mij zelf aangeboden een zaal bij hem te huren voor erediensten, in deze zaak. Op dit moment denkt hij na over zijn voorwaarden hiervoor. Ik ben zeer benieuwd en heb dit traject tot dusver beleefd als een knipoog van God. Zeer bemoedigend, zelfs al zou de zaalhuur uiteindelijk niet doorgaan.”

Gesprekken
In de tijd daarna is ds. Rozema vaker de straat op gegaan om te evangeliseren.
“Mijn evangelisatiewerk bestaat tot dusver hoofdzakelijk uit (bijna) wekelijks een uur de straat op te gaan, samen met een paar andere jongens en mannen”, zei hij in maart. “De gesprekken hierbij zijn heel wisselend. Er zijn mensen die heel duidelijk maken nul behoefte aan Jezus te hebben en er zijn mensen met wie ik rustig zo’n vijftien minuten kan praten. Ik heb een paar Nieuwe Testamenten uit mogen delen en zo af en toe voor iemand mogen bidden.”

Gaandeweg kwam ds. Rozema erachter dat het wel handig is om visitekaartjes te hebben. Die kan hij dan ook op straat uitdelen. “Als mensen een verder gesprek willen, vragen hebben of hulp nodig hebben, dan kunnen ze mij bereiken.”
Niet alleen tijdens straatevangelisatie-acties knoopt ds. Rozema gesprekken aan met mensen.
“Zo nu en dan maak ik een praatje met straatkrantverkopers bij supermarkten. Dit zijn voornamelijk mensen uit Nigeria en af en toe kunnen we een paar woorden wisselen over God of Jezus. Ik vind het belangrijk om aan relaties te werken en vertrouwen op te bouwen, dus ik probeer ook contact te leggen met de mensen in het gebouw waar ik woon. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat dit minder vlot verloopt dan ik graag wil. Hoofdzakelijk door allerlei activiteiten waar ik nu nog mee bezig ben die niet zozeer direct met ‘gemeentestichting in Innsbruck’ te maken hebben. Dingen die goed en noodzakelijk zijn, die er ook toe bijdragen om hier aan een goede en rustige basis te werken, maar die het meer naar buiten gaan (in zo’n mate als ik graag zou willen) nu nog wat in de weg staan.
En zoals gezegd: gebed vind ik het meest wezenlijke. Omdat dat steeds meer bij mij doordringt, neem ik ’s ochtends bewust meer tijd om in alle rust voor Innsbruck en mijn werk hier te bidden.”
Ook zegt hij: “Mijn verlangen is in ieder geval om het bidden voluit voorop te laten gaan – hoewel ik dat niet altijd gemakkelijk vind. Maar ik geloof dat God ook daarin ondersteunt en voorziet.”

Dankbaarheid
Al met al kijkt ds. Rozema dankbaar terug op de achterliggende tijd. “Ik ben blij met de contacten die ik de afgelopen maanden heb mogen opbouwen met medegelovigen in Innsbruck. Mensen van verschillende kerkelijke achtergronden, met verschillende theologische accenten, maar met éénzelfde verlangen: van Jezus Christus getuigen in Innsbruck en omgeving. Met deze mensen kan ik van gedachten wisselen en samen bidden. Met name voor dat laatste ben ik zeer dankbaar, omdat ik mij er in toenemende mate van bewust ben hoezeer het gebed belangrijk is in het werk dat ik mag doen. Dat Gods rijk gebouwd wordt, is honderd procent van Hem afhankelijk.”

 

Lees hier meer over het project Oostenrijk.

Ex-priester ds. Tomasz Pieczko: "Ik mag nu leven in de vreugde van Gods liefde"

Tomasz Pieczko groeide op in een rooms-katholiek gezin in Polen, werd priester, maar kampte uiteindelijk met geloofsworstelingen. "Mijn bidden was soms een schreeuw van wanhoop. Ik wist niet wat ik doen moest. Maar de Heere is mij genadig geweest. Hij gaf uitkomst."

"Ik heb Gods aanwezigheid voor het eerst ervaren"

Drie jaar geleden las de voormalige rooms-katholieke Ilona Da Costa Gomez voor het eerst in haar leven de Bijbel. Ze kwam tot bekering. “Van huis uit kreeg ik min of meer mee dat er in de Bijbel verboden dingen staan.”

Meer getuigenissen