Mystiek

Guido Gezelle (1830-1899) schreef het gedicht ‘Ik ben een blomme’

In de recensie die Klaas van der Zwaag schreef, in het tijdschrift van Protestants Nederland, op het boekje van Huib de Vries in gesprek met een twaalftal ex-rooms katholieken, komt hij tot een aantal conclusies.

Allereerst merkt hij op dat deze ex-rooms-katholieken een proces van bevrijding hebben ondergaan maar aan de andere kant voelen ze zich ook weer wel een beetje ontheemd. Verschillen in nestgeur en cultuur blijven hen parten spelen. Het zijn met name zaken als symboliek en mystiek die, bij de een wat meer dan de ander, gemist worden.
Dat laatste, de mystiek dus, houdt mij de laatste tijd erg bezig. Ik hoor in reformatorische kringen maar weinig spreken over mystiek terwijl in Gods Woord en dan met name in het boek der psalmen de dichters met regelmaat op mystieke wijze de grootheid van God beschrijven (Jesaja 40, 12:28) maar ook het één-zijn in God door Christus (Psalm 131) en het verlangen om dit te mogen kennen (Psalm 42).

Hebben we als reformatorische christenen een terughoudendheid als het om mystiek gaat? Waarom, vraag ik me dan af. Hoe mooi is het niet om de grote dingen die er gebeuren kunnen in een mensenleven door de werking van de Heilige Geest, door de genade van God, om die te bezingen in een taal die verder gaat dan termen als “ik krijg het niet klein” of “het is bijzonder”.

Is dan het onderstaande voorbeeld wat ds. Hegger noemt in zijn boekje “Bijbelse elementen bij rooms-katholieke mystici” niet vele malen mooier en rijker.
Uitspraak van een vrouw in wier leven de Heere Zich geopenbaard had. Het moment waarop dat gebeurde, zei ze: “Vanaf toen ben ik onder de beademing van de Heilige Geest helemaal voor de Heere opengebloeid. Ik voel me alsof ik een en al bloem ben geworden tot lof van Zijn genade”.
Ik dacht toen aan het prachtige gedicht van Guido Gezelle:

Ik ben een blomme
En bloeie voor Uw ogen,
Geweldig zonnelicht,
Dat, eeuwig onontaard,
Mij, nietig schepselken
In ’t leven wilt gedogen
En, na dit leven, mij
Het eeuwig leven spaart.

Mijn leven is
Uw licht; mijn doen, mijn derven
Mijn hope, mijn geluk,
Mijn enigste en mijn al,
Wat kan ik zonder U
Als eeuwig, eeuwig sterven;
Wat heb ik zonder U,
Dat ik beminnen zal?

Ik hoop dat u ook op een dergelijke wijze God groot mag maken en zo een licht mag zijn in de steeds donker wordende maatschappij van vandaag. Waar het zo belangrijk is om het genadewerk van God zichtbaar en hoorbaar te verkondigen.

Hans van Hoof

Ex-priester Ley Bodden: “Ik voel me nu zó rijk”

Na de afronding van de priesteropleiding (1996) was de Limburgse Ley Bodden drie jaar lang kapelaan in Landgraaf. In die tijd hield de vraag “Wie is God voor mij?” hem heel erg bezig. Hij kreeg steeds meer moeite met zijn werk in de parochie. Totdat het niet meer verder ging en hij wel móest stoppen. Jaren later vond hij God.

Meer getuigenissen