“In polemiek zit veel menselijks”

Na zijn vertrek uit de Rooms-Katholieke Kerk verdedigde ds. H.J. Hegger vurig de drie sola’s (alleen de Schrift, alleen door genade en alleen door geloof). Vijftig jaar later is die strijdbaarheid helemaal verdwenen. Nu zoekt de oprichter van IRS in het contact met rooms-katholieken vooral de eenheid in Christus.

De taak van een priester is anders dan het ambt van een predikant, vindt ds. H.J. Hegger (94). “Je hebt als priester gezalfde handen. Je wordt in staat geacht om brood en wijn via de zogenaamde transsubstantiatio door een wonder te veranderen in het lichaam en bloed van Christus”, legt hij uit in de woonkamer van zijn huis in Velp.
Dat maakt het –naast tegenstand vanuit de kerk– volgens hem niet gemakkelijk om als priester uit te treden.

Worsteling
Zelf maakte Hegger een lange worsteling door voor hij als priester in 1948 de Rooms-Katholieke Kerk uittrad. In deze kerk vond hij geen antwoorden op zijn vragen.
“Omdat ik blijkbaar filosofisch aangelegd was, werd ik door de generale overste van Rome benoemd om filosofie te doceren aan een grootseminarie in Brazilië. Maar vanwege die aanleg ging ik consequent alles met mijn redeneringen na. Het eindigde erin dat ik mijn geloof helemaal stuk redeneerde en aan alles begon te twijfelen.”
Toen hij in 1940 vertrok naar Brazilië om daar filosofie te doceren aan een grootseminarie verkeerde hij in een diepe geloofscrisis. Hij wilde volstrekt eerlijk zijn en alleen aanvaarden wat hij met zijn verstand als waarheid zag. Dat had tot gevolg dat hij op den duur aan alles begon te twijfelen, zelfs aan het bestaan van God. “Maar op een dag kwam de ingreep van God: Herman, en toch besta Ik”, vertelt ds. Hegger.
Toen ging hij verder zoeken. Juist omdat protestanten zeggen dat ze zich alleen op de Bijbel beroepen, zocht Hegger toenadering tot hen. “Ik ben naar een methodistenpredikant gegaan en heb hem over mijn moeilijkheden verteld.” Niet lang daarna nam Hegger afscheid van de Rooms-Katholieke Kerk.

Kleermaker
Het was alsof zelfs de uiterlijke omstandigheden de grote ommekeer in zijn leven lieten zien en alsof de Heere hem daarmee bevestigde in zijn groeiende nieuwe overtuiging, legt ds. Hegger uit. “Er zijn wonderbaarlijke zaken in het leven. Mijn uiterlijke verandering bestond daarin dat ik in plaats van een priestertoga een burgerpak ging dragen. Protestanten in São Paulo zorgden ervoor dat er een pak voor mij werd gemaakt. De kleermaker woonde aan een straat die in het Portugees De Rechte Straat (Rua Direita) heette. De ingang van het atelier op de eerste verdieping was aan de kant van een straat genaamd Verbreding van de Barmhartigheid (Largo da Misericordia). Die kleermaker heette Do Espírito Santo, dat Van de Heilige Geest betekent. Zijn voornaam was Del Mar, het Spaans voor Van de Zee. En ik had juist op de boottocht naar Brazilië besloten om de mogelijkheid te overwegen om uit de kerk uit te treden. Dat kostte mij uren van strijd.”

Keuze
“Ik besloot alle argumenten waarom ik meende uit de Rooms-Katholieke Kerk te moeten uittreden eerst nog eens aan collega-hoogleraren in de theologie voor te leggen. Ik vroeg hun: “Protestanten zeggen dit en dat. Wat zeggen wij daarop?” Maar ik kreeg steeds weer dezelfde antwoorden, die mij allang niet meer bevredigden. Toen was ik ervan overtuigd: ik sta voor de keuze om mijn verdere leven een overtuiging te brengen die ik niet meer bezit, óf ik treed uit. Ik kon en wilde geen huichelaar worden. Er liep een brug vanuit het klooster naar de bergen. Daar op die brug nam ik het besluit: ja, ik ga uittreden. Die beslissing om daadwerkelijk uit te treden, heb ik genomen in januari 1948.”
Ds. Hegger begrijpt goed dat sommige uitgetreden priesters weer terugkeren naar de Rooms-Katholieke Kerk. “Je bent zo vergroeid met de Rooms-Katholieke Kerk. En je schrikt terug voor de veroordeling van de kerk als je uittreedt. Door mijn besluit voelde ik me meteen een vreemde ten opzichte van andere kloosterlingen.”
Ds. Hegger kreeg scherpe kritiek van rooms-katholieke zijde te verduren: “Eén hoogleraar heeft me in een felle brief veroordeeld. Hij schreef onder meer: “Weer is er een blinde op de weg naar Jericho.””

Gemeenschap
Nadenkend over deze belangrijke periode in zijn leven zegt ds. Hegger: “De Heere leidt je leven, dat is duidelijk. Maar als ik kijk naar de psychische kant van de uittreding heb ik me wel eens afgevraagd of ik de moed gehad zou hebben om uit te treden als ik niet in Brazilië was geweest. Bovendien is het protestantisme in Brazilië anders dan dat in Nederland. De evangelicals, zoals ze zich daar noemen, zijn veel meer getuigend bezig. Er is ook meer levende gemeenschap met elkaar. In Nederland is er meer een consumerend protestantisme. Mensen komen dan alleen naar de kerk om hun geestelijke natje en droogje te halen. In Brazilië is de kerk veel meer een eenheid die lijkt op een geestelijk gezin. Misschien komt dit omdat de mensen in Brazilië zich in een rooms-katholieke omgeving bevinden en dus steeds moeten opboksen tegen de Rooms-Katholieke Kerk.”
De tijd daarna was leerzaam. “Als rooms-katholiek had ik innerlijk contact met Christus. Maar ik dacht dat ik ook nog iets moest verdienen met mijn goede werken en ik wist niet van een Christus Die alleen maar vertrouwen vraagt.” Zijn ogen stralen als hij zegt: “Het is zo mooi en het geeft een diepe vrede wanneer je vanuit het diepst van je ziel je vertrouwen in Hem uitspreekt.”

Toenadering
Lange tijd is ds. Hegger ingegaan tegen de Rooms-Katholieke Kerk. Hij verklaart die strijdbaarheid door teleurstelling over het feit dat de Rooms-Katholieke Kerk, althans in die tijd, mensen het bevrijdende Evangelie van de zaligheid door genade en geloof alleen onthield. Een aantal jaren geleden zocht ds. Hegger juist weer contact met rooms-katholieken, wat niet door iedere protestant werd begrepen.
“Ik ben voorzitter geweest van de Stichting Evangelisch Reformatorisch Katholiek Ontwaken. Daarin zitten bisschop De Korte, pastoor Ko Smits uit Hengelo en Gert-Jan Nieuwenhuis, een protestantse zakenman. Vroeger was dit ondenkbaar. Dit is beslist een verandering ten goede. Met polemiek blijf je op afstand, maar op deze manier kom je tot een gesprek. Het heeft twee voordelen: als de ander, een rooms-katholiek, ook gelovig is, kun je elkaar ontmoeten in Christus, als de Levende Die je leven geheel en al vervult.
Dat betekent overigens niet dat je verschillen moet verdoezelen. Leerverschillen zijn er –ook diepingrijpende–, maar je stijgt erbovenuit. Ook vermijd je op die manier karikaturen van elkaar. Het is het nadeel van polemiek dat je de standpunten van de ander al snel eenzijdig weergeeft.”

Bijzaak
Verschillen laat ds. Hegger nu het liefst rusten. “Het is een stuk getuigenis om elkaar boven leerverschillen uit te vinden in Christus. Dat is iets nieuws, dat was er vroeger niet. In polemiek zit zo veel menselijks. Dankzij het nieuwe uitgangspunt geef je de eer aan Christus.”
De Mariaverering ziet hij inmiddels als een bijzaak: “Je vindt elkaar in Christus, en of je daarbij een overleden mens kunt aanroepen ja of nee, dat laat ik dan maar rusten”, zegt ds. Hegger.
“Rooms-katholieken leggen sterk de nadruk op “loon””, vervolgt hij.“En op zichzelf is dat een Bijbelse waarheid. “Zie Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij…” (Openb. 22:12). Dat staat óók in de Bijbel. Zelf denk ik dat je genade en loon naast elkaar moet laten staan. We hebben vaak de neiging om van de Bijbel een helder theologisch boek te maken waarin alles klopt. Maar de Bijbel is het spreken van God, en dat is wat anders dan logisch.”

Wezen van de kerk
Ondanks dat ds. Hegger tegenwoordig mild spreekt over de Rooms-Katholieke Kerk gelooft hij niet dat ze ten diepste is veranderd. “Qua leer is de Rooms-Katholieke Kerk onveranderd. Als de kerk officiële dogma’s zou afschaffen, zou zij zichzelf opheffen. Leerstellingen als de onfeilbaarheid van de paus behoren tot het wezen van de Rooms-Katholieke Kerk. In de Rooms-Katholieke Kerk is veel ten goede gekeerd, maar ook ten kwade veranderd. De vrijzinnigheid is toegenomen. Veel priesters zijn zo vrijzinnig dat ze twijfelen aan de godheid van Christus. Een verandering ten goede is dat ze geen minachtende houding jegens protestanten meer aannemen.” Hij bevestigt dat dit laatste te maken kan hebben met de toegenomen vrijzinnigheid. “Maar de officiële leiding van de Rooms-Katholieke Kerk is nog steeds orthodox. Ze gelooft in het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus en belijdt dat Jezus waarachtig mens en waarachtig God is.”
Ds. Hegger geeft toe dat Maria voor veel rooms-katholieken veel meer leeft dan Jezus en dat zij voor sommigen zelfs de kern van het geloof lijkt te zijn.
“Er zijn weinig rooms-katholieken die een relatie met Christus hebben”, zegt hij. “Dat is erg jammer.”
Verder zwijgt hij over dit onderwerp. Het kenmerkt hem nu. De strijdbaarheid heeft hij helemaal terzijde gelaten. Liever geen lange discussies meer over leerverschillen, over dogma’s die toch zo moeilijk te begrijpen zijn. Liever praat hij alleen over Christus.

Bron: IRS-magazine 2010 nr. 1

Van “doe-geloof” naar “honderd procent Jezus”

Het geloof moet je vooral dóen. Dat kreeg Anita van der Maas mee als kind. Toen ze een persoonlijke bekering doormaakte, veranderde dat radicaal. Ze zegt hierover: “Er gebeurde toen van alles: heel veel verzet, ongeloof, honderdduizend vragen, verdriet, verwondering …”

“Nu kon ik Gods Woord onbevooroordeeld ter hand nemen”

Ds. Toon Vanhuysse was zeven jaar priesterstudent en tien jaar priester in de Rooms-Katholieke Kerk. In die tijd miste hij “de zin van Christus”. Maar op een dag sprak de Heere tot hem door middel van Jesaja 53.

Meer getuigenissen